De Europese economische … oorlog

Onlangs hing op de buitenmuur van het Berlaymont, hoofdkwartier van de Europese Commissie, de levensgrote slogan: ‘naar een echte economische Unie’. Precies het tegenovergestelde gebeurt. Europa wordt strijdtoneel van een economische en politieke oorlog. De Griekse premier Alexis Tsipras zegt wat Mediterraan Europa denkt.

Vorig jaar had ik een diner met Panos Kammenos, leider van de Onafhankelijke Grieken. Met Tsipras voert Kamennos, nu minister van defensie, Griekenland aan. Aanvankelijk hield hij zich in, maar naarmate meer wijn in de man ging, ging zijn wijsheid in de kan. Hij eindigde met een anti-Duitse tirade. Volgens hem moet Duitsland Griekenland nog 160 miljard euro aan oorlogsschuld betalen. Hij presenteerde Griekenland als weerloos slachtoffer, ondanks het Griekse begrotingsbedrog, twee hulppakketten van samen 240 miljard euro en een korting op de overheidsschuld. Zijn strategie: Mediterraan Europa mobiliseren tegen Duitsland. 

Dat doet Griekenland nu. De Helleense republiek lijkt met de rug tegen de muur te staan. Griekse banken verloren de helft van hun waarde. Er kwam een kapitaalvlucht van 20 miljard euro op gang. Privatiseringen worden teruggedraaid; ontslagen werknemers weer in dienst genomen. De looptijd van het bilaterale hulppakket eindigt eind deze maand. Griekenland heeft de Trojka aan de deur gezet. Deze zomer moet Griekenland 7 miljard euro aan schulden aflossen. Er is nog 2 miljard in kas.

Maar Griekenland heeft een troef. Als het failliet gaat, gaat de 240 miljard euro, vooral geleend uit de eurozone, in rook op. Dat bezorgt crediteuren een enorm gat in de begroting; in geval van Duitsland 70 miljard euro. Het Griekse verzet is ideologisch diep geworteld: Griekenland voelt zich, overigens niet ten onrechte, proefkonijn van een mislukt experiment. Een beetje schuldenverplichting is onvoldoende. Het speelt ‘va banque’ en exporteert zijn ‘revolutie’ naar Mediterraan Europa om Duitsland te chanteren.

Frankrijk is het sleutelland. Het verzet tegen begrotingsdiscipline komt er zowel van links als van uiterst rechts. De Franse regering moet uiteraard diplomatieker omgaan met Berlijn dan de Grieken. Maar de Griekse opstand komt Frankrijk goed van pas. Frankrijk gebruikt de export van de Griekse revolutie om Duitsland in een politiek isolement te manoeuvreren. 

Mediterraan Europa zou eigenlijk een devaluatie moeten doorvoeren ten opzichte van Duitsland, zijn belangrijkste handelspartner. In een muntunie kan dat niet. Goedkoop geld bijdrukken lost het gebrek aan concurrentiekracht niet op. Het is morfine. Als Fata Morgana zien deze landen daarom een Europese transferunie waarbij het ‘Noorden’ de tekorten van het ‘Zuiden’ aanvult. Daarbij zit Nederland met Duitsland in dezelfde boot.

De Fransen weten de mentale zwakte van de Duitsers te vinden: angst voor politiek isolement. ‘De Holocaust is deel van de Duitse identiteit’, zei de Duitse bondspresident Joachim Gauck onlangs. Dat klopt. Daarmee zet Mediterraan Europa Duitsland onder mentale druk. Kortom: Isoleer Duitsland, roep ‘Hitler’ en de Duitsers geven toe. De Fransen lenigen graag Duitse mentale nood, maar op Franse voorwaarden.

De strategie van het Duitse isolement past Mario Draghi, president van de Europese Centrale (ECB), met enig succes toe. De Bundesbank, hoofdaandeelhouder van de ECB, verzet zich tegen de expansieve geldpolitiek van Draghi. Het isolement is echter niet compleet. De presidenten van de centrale banken van Nederland, Oostenrijk en Estland schaarden zich achter de Bundesbank. De Duitse pers concludeerde: ‘Deutschland steht nicht allein da’. Het klonk als een kreet van opluchting. Klaas Knot, president van de Nederlandse Bank, verdient lof voor zijn houding; evenals de Tweede Kamer die het expansieve geldbeleid van de ECB afkeurde.

De euro verweest. De Griekse opstand en Draghi’s goedkoop geldbeleid zijn twee zijden van dezelfde euromunt. Draghi weekt ‘Noordelingen’ psychologisch lost van de euro die ‘hun munt’ niet meer is, terwijl de Grieken de ‘Zuiderlingen’ ophitsen tegen een begrotingsdiscipline waarin ze nooit geloofden. De kaars brandt op van twee kanten.

Het is een Nederlands is ‘nationaal belang’ dat Duitsland niet in een isolement komt want dan is het maximaal chanteerbaar. De bondgenoten kunnen met Duitsland hardop nadenken over een parallelle ‘harde munt’ indien Mediterraan Europa de transferunie eist. Als de euro mislukt, herrijst de ‘D-markzone’, mogelijk met een gemeenschappelijke munt. Maar de eurozone in Mediterraan Europa valt uiteen in nationale munten.

De Grieken spelen met vuur. Ze roepen demonen op waarvan iedereen dacht dat Europa ze had overwonnen, maar die kennelijk nooit zijn weggeweest.

(De auteur is senior fellow bij het London Policy Center in New York)